Krijg nieuwsbrief

Schakel javascript in om dit formulier in te dienen

 
 

Contacteer ons
(Open van 8:30 uur tot 17:00 uur)

Schrijf.be copy & content
Mechelsesteenweg 155
B-2860 Sint-Katelijne-Waver
BE 0848.540.558 

+ 32 15 27 55 10  -  info@Schrijf.be




Menu

Effect van taalfouten: wetenschappelijke studies

effect van taalfouten wetenschappelijke studies

  • Wat zijn de effecten van schrijffouten op boodschap en boodschapper?
  • Zijn er überhaupt wel effecten?
  • Zo ja, in welke teksttypes dan?

Zulke vragen zijn voer voor taalonderzoekers. Zij zetten gecontroleerde studies op voor wetenschappelijk onderbouwde antwoorden.

De resultaten ervan druisen soms in tegen wat we met z’n allen veronderstellen. Of tegen wat u zelf in het dagelijkse leven ervaart. Wat er dan aan de hand is?

  • De wetenschapper heeft gelijk: uw intuïtie leidt u om de tuin.
  • Uw ervaring is correct: de wetenschappelijke studie gaat gebukt onder een bias, een systematische fout. Bijvoorbeeld omdat de deelnemers geen correcte afspiegeling van de algemene populatie zijn.

Theoretische modellen voorspellen negatief effect

Zowel de Language Expectancy Theory (LET) als het Elaboration Likelihood Model (ELM) voorspellen een negatief effect van taalfouten.

Volgens LET lost u de verwachtingen van de lezer over uw taalgebruik, niet in. Daaronder lijdt uw imago, waardoor uw tekst minder goed overtuigt.

ELM stelt dat er twee wegen zijn om te overtuigen. De centrale route bestaat uit de zorgvuldige afweging van de argumentatie, terwijl de perifere route die van het buikgevoel is: “Bent u als schrijver betrouwbaar, want een expert in de materie, of is de reeks argumenten schier eindeloos? Oké, dan móét het wel waar zijn.” Dit effect is sneller dan dat van de centrale route, maar houdt minder lang aan.

ELM voorspelt:

  • Spelfouten beïnvloeden de perifere route negatief omdat ze uw geloofwaardigheid ondermijnen.
  • De centrale route lijdt onder bijvoorbeeld markeerfouten (alinea’s niet op de logische plaats gesplitst of verkeerde bind-woorden tussen zinsdelen).

2003 – Hebben taalfouten geen negatief effect?

Een eerste studie zoekt naar het antwoord op drie vragen.

Beïnvloeden taalfouten:

  • de waardering van de tekst?
  • het imago van de schrijver?
  • de overtuigingskracht op de lezer?

Dat wordt getest met direct mails, waarin proefpersonen de fouten aanduiden, en waarover ze hun mening geven.

Het resultaat? Ja, ze merken de taalfouten op. Ja, markeerfouten maken de tekst minder begrijpelijk. En ja, de fouten bezoedelen het imago wat, zij het minimaal.

Toch boet de direct mail níét aan overtuigingskracht in – en daar draait het uiteindelijk allemaal om.

2007 – Hr-managers vinden van wel

Moeten de LET- en ELM-theorieën op de schop? Men is verrast, want deze bevindingen schijnen niet te stroken met de ervaring.

Hr-managers bijvoorbeeld, getuigen dat taalfouten in een sollicitatiebrief het beeld van de sollicitant wel degelijk naar beneden halen. En een studie bij uitzendconsulenten bevestigt dat. 

2008 – Taalfouten hebben wel negatief effect

“Veel mensen ergeren zich dagelijks groen en geel aan de taalfouten van andere taalgebruikers”: daarmee start Yvonne Harm haar masterscriptie in 2008.

Zij test hiervoor diverse versies van krantenberichten, met en zonder taalfouten. Zodra de testpersonen nog maar dénken een fout te spotten, zakt hun waardering. Ze vinden de tekst minder geloofwaardig, en de schrijver minder betrouwbaar. Ja, zelfs de bronnen die hij aanhaalt, delen in de klappen.

2010 – Direct mail 2003 revisited

De eerste studie (uit 2003) leek aan te geven dat de lezer een slordigheidje in een direct mail met de mantel der liefde bedekt. Maar wat als die fouten systematisch opduiken? De directmailstudie van Frank Jansen levert in 2010 de antwoorden.

Systematische afwijkingen van de standaardtaal delen rake klappen uit aan de waardering van de tekst. Maar veel belangrijker: ook het imago van het bedrijf krijgt een deuk. Met als commercieel effect ‘dat de lezer minder instemt met het aanbod dat hem in de boodschap wordt gedaan.’

Lees: bij taalfouten is de lezer minder geneigd om ook daadwerkelijk te kopen.

2012 – Dt-fouten blootgelegdt

Hoe zit dat nu precies met die relatie tussen het aantal fouten en de lezerswaardering?
Frank Jansen wil er het fijne van weten en vergelijkt een gemeentefolder zonder, met vier en met acht dt-fouten.

Het aantal dt-fouten blijkt niet uit te maken. Ze lijken een aan-uitknop bij de lezer om te schakelen: “Spelfouten hebben geen gradueel, maar een absoluut effect op de beoordeling.” Al hoort hierbij de kanttekening dat de lezer dan wel in staat moet zijn een fout als dusdanig te herkennen.

2014 – Schrijffouten en zakendoen

Taal in het Bedrijf enquêteert 525 volwassen Nederlanders met een HBO-opleiding of hoger. Die blijken zich het meest te storen aan fouten in zakelijke teksten. Zo erg zelfs dat 74% twijfelt over het aangaan van een zakelijke relatie met iemand die schrijffouten maakt in het Nederlands.

2019 – Taal op websites

Miet Ooms vraagt zich af of de investering in heldere, correcte taal op commerciële websites loont. De tendensen uit haar onlinebevraging van 252 respondenten, geven aan dat dat het geval is. Al is de testgroep met nagenoeg uitsluitend hoogopgeleiden en vermoedelijk relatief veel respondenten uit de taal- en communicatiesector, niet representatief voor de algemene bevolking.

Toch blijft de conclusie eenduidig. De meeste mensen zien taalfouten op websites wel degelijk staan én storen zich eraan. Ook al begrijpen ze dat niet iedereen even goed ter taal is, toch is dat voor hen geen reden om websitetaalfouten te tolereren. Net zoals kromme Nederlandstalige vertalingen not done zijn.

Laatste constatatie: Vlaamse taalconstructies maken een slechte indruk op Neder-landers. Vlamingen die ook op de ‘Hollandse’ markt actief zijn, houden daar dus maar beter rekening mee.

Engelstalige literatuur: idem

  • Spelfouten beïnvloeden bij college students de perceptie van de schrijver negatief, vooral als ze vaker opduiken.
     
  • Spelfouten beïnvloeden bij undergraduate students de perceptie van de tekstkwaliteit en van de schrijver negatief.
     
  • Lijden webwinkels ook onder taalfouten? Ja, op alle fronten, zo blijkt uit een snugger opgezette studie bij 272 undergraduate & graduate students.
    Vijf hypotheses werden geformuleerd – én stuk voor stuk bewezen:
     
    • De drie onderzochte gebreken zijn omgekeerd gerelateerd aan de gepercipieerde kwaliteit van een webwinkel:
      • taalfouten omdat ze de geloofwaardigheid aantasten.
      • onvolledigheid (bijv. dode hyperlinks) door de interferentie met de functionaliteit van de website.
      • gebrek aan stijl (lay-out en design) door de beïnvloeding van de algemene setting.
    • Een gepercipieerde lage kwaliteit van een webwinkel reduceert het vertrouwen
    • Gebrek aan vertrouwen in de webwinkel reduceert de intentie om er tot aankoop over te gaan.

Samengevat? Taalfouten = minder verkoop. 

Reageer